Toneelspelen of
'doen alsof'

Over het spelen van toneel zijn duizenden boeken geschreven. Iedere dramadocent of -regisseur heeft een eigen ‘heilig boek’, een eigen methode om mensen aan het spelen te krijgen en om van deze mensen mooie theatrale figuren te maken. In de toneelwereld zijn daarbij ook nog even zovele eigenwijze mensen die het heerlijk vinden om daar dagen en nachten over te filosoferen in hun eigen theatertaal. Een taal die door de gewone burger bijna niet te volgen is. Men spreekt over getormenteerd spel, over getroebleerde acteurs, over een scène op de scheidslijn van schaduw en licht. Toneelspelen zien als gewoon ‘doen alsof’ is vaak vloeken in de kerk. Laat mij dan maar even vloeken.

Toneelspelen is doen alsof, liegen en wie het beste liegt, speelt het mooist. Wie toneel speelt, maakt een wereld die niet echt is. De acteur die Hamlet speelt, wiens vader is vermoord terwijl zijn moeder met de moordenaar ligt te vozen, is gewoon Hans. Hans is boekhouder, heeft twee lieve kinderen en een vrouw die zwanger is van een derde. En Hans heeft, behalve zijn dagelijkse beslommeringen, een voorliefde voor ‘doen alsof ’, een voorliefde om te doen alsof hij geen boekhouder is en geen vader, en geen Nederlander bovendien.

Hans wil zo af en toe opgaan in een andere wereld, een wereld waarin hij niet hoeft na te denken over wat hij moet zeggen, een wereld waarin hij mag lachen en huilen tegelijk, een wereld waarin hij voor even van een andere vrouw mag houden. Op het toneel mag hij zelfs sterven. Voor even leeft hij een ander, een nieuw en bijzonder Leven. Dit kan allemaal heel leuk zijn voor Hans, maar het wil nog niet zeggen dat het voor een individuele kijker of een zaal vol publiek dan ook automatisch leuk is om drie uur naar Hans ‘de boekhouder die doet alsof ’ te moeten kijken. Welke middelen heeft Hans nu ter beschikking om van zijn rol een spannende en levende figuur te maken?

Gespierde hersencellen
Het eerste dat Hans nodig heeft bij het toneelspelen is een goed geheugen; hij moet namelijk al die woorden die Shakespeare voor Hamlet heeft bedacht uit zijn hoofd leren. In het proces om te veranderen in Hamlet moet hij zijn tekst zó goed kennen, dat hij daarover niet meer hoeft na te denken. Straks, tijdens de voorstelling heeft Hans als speler geen tijd meer om over de tekst na te denken. Hij moet reageren! Al die geleerde woordjes moeten eruit vloeien ‘alsof ’ Hamlet ze spontaan ter plekke bedenkt. Behalve vloeiende teksten uit kunnen spreken, wil de regisseur nog veel meer van Hans.

Díe ene tragische monoloog moet uitgesproken worden tijdens het aardappel schillen, die andere dialoog moet naakt terwijl Hamlet een dansje doet. En een derde... Nou ja, je begrijpt waar het naar toe gaat. Het (spel)onderdeel ‘tekst’ wordt vaak door spelers ietwat onderschat. Je tekst beheersen is essentieel voor het worden en kunnen zijn van iemand anders. Zeker bij het spelen van komedies is tekstkennis heel belangrijk. Alles draait om snelheid en timing, een moment van twijfel kan een goed uitgedachte grap helemaal naar de vernieling helpen. Natuurlijk ook onontbeerlijk voor Hans, de speler, zijn een behoorlijke dosis gezond verstand en een groot empatisch vermogen. Hij moet weten waarom Hamlet doet wat hij doet. Hans moet leren denken en voelen als Hamlet. Als hij de zin: “To be or not to be, that is the question” uitspreekt, moet hij die zin zo goed begrijpen dat het publiek eveneens direct snapt waarom Hamlet die tekst uitspreekt en wat hij ermee bedoelt.

Onze boekhouder Hans moet al zijn gezonde verstand en al zijn verbeeldingskracht inzetten om de figuur Hamlet te doorgronden. Hij heeft hier slechts een repetitieproces de tijd voor. Makkelijk is dat dan ook zeker niet, maar waar een wil is, is een weg en onze hypothetische
boekhouder heeft een enorme wil.

Gevoelsmatig figuurzagen
Stel nu dat Hans alle woorden kent, hij begrijpt de rol van Hamlet inmiddels beter dan dat hij zichzelf begrijpt, wat is dan de volgende stap? Hij moet de figuur Hamlet beeld en geluid gaan geven. Behalve dat hij verstaanbaar moet zijn in een volle zaal, spreekt een Nederlandse boekhouder wellicht toch anders dan een Deense prins.

Nu wil Hans wel prins worden, maar hij wil geen stemmetje opzetten. Wat in feite voor iedere speler belangrijk is, is dat je bewust wordt van je eigen geluid en eigen stem. Hoe bewuster je van je eigen stemgeluid bent, hoe meer je het kan gebruiken en inzetten voor dat waar je het nodig hebt. Hoor en voel je eigen geluid. Dit is zeker niet eenvoudig en ligt bovendien erg gevoelig. Als je anders gaat praten ben je direct veel minder jezelf. Dit heeft in het ‘doen alsof’ natuurlijk veel voordelen. Het nadeel is echter dat er een grote kans bestaat dat het anders praten je onzeker gaat maken. Uiteindelijk komt het erop neer dat je niet genoeg kan oefenen en experimenteren – zing, schreeuw, bral en fluister, om bewuster te worden van je eigen geluid. Een kleine detailverandering van je stem kan al grote gevolgen hebben voor het transformeren naar een ander persoon. Hans, onze boekhouder, spreekt voor zijn rol harder en een toontje lager. Zo voelt hij zich op het toneel een ander mens. Korter door de bocht kan het haast niet omschreven worden, maar het geeft de geachte, aandachtige, spelende lezer een kleine indicatie!

Ditzelfde bewustwordingsproces geldt eigenlijk ook voor het gebruik van je lichaam. Hoe bewuster je bent van je eigen fysieke mogelijkheden en beperkingen, hoe beter je het voor je eigen doeleinden kan gebruiken. Hans, die op kantoor nogal eens met Mister Bean wordt vergeleken, is zich door heel veel oefening inmiddels redelijk bewust van zijn eigen lijf. Door trager te bewegen, door iets minder rechtop te lopen en door zijn mimiek niet uit te vergroten, ontstaat er een ander mens. Dat de door hem gecreëerde Hamlet toch een licht neurotische indruk vertoont, blijft een feit. Maar dat hij meer op Blackadder begint te lijken, is voor de regisseur een zege!

Geconcentreerd plezier
Hoe meer al het bovenstaande samenvalt, hoe meer het Hans helpt een aantal keren te ‘doen alsof ’? hij Hamlet is. Hoe meer hij al de elementen – geheugen, wil, verstand, gevoel, stem en lichaam – gebruikt om een paar uur voor publiek een levendig, spannend, onvoorspelbaar en gevoelig theaterfiguur neer te zetten, hoe meer plezier een publiek aan hem zal beleven. En daarmee bedoel ik niet alleen zijn moeder en zijn vrouw! Al met al blijft het een vreemd fenomeen, ‘het spelen’. Als kind speelde ik zelf de hele dag, ik deed de hele dag alsof. Ik was ridder, dokter en de beste voetballer van de wereld. Ik huilde als ik verdrietig was en ik lachte schaamteloos om de druppel aan de neus van de pastoor. Ondanks dat de maatschappij mij dat als volwassen man niet meer toestaat, geeft toneel mij de mogelijkheid om weer te doen alsof. De mogelijkheid om toneel te spelen geeft mij de mogelijkheid om weer kind te zijn.

Als je als speler die vrijheid tijdens het repeteren terug vindt, gaat er een wereld open. Een wereld vol plezier, spanning en sensatie. Het klinkt wat hoogdravend, maar voor mij is het zo. Zo bijzonder ben ik niet, dus dit verhaaltje zal waarschijnlijk voor veel meer mensen die
houden van ‘doen alsof ’, een kleine waarheid zijn. Speel met plezier.

Marnix Mulder
Toneeladviseur

Artikel met toestemming overgenomen uit De Amateur, magazine van de Limburgse Federatie Amateurtoneel.